Ratschow Medaille
 
Ratschow Auditorium
Prof Comel Ratschow

Ratschow Medaille

Als sinds jaren is het bedrijf Bauerfeind sponsor van de stichting "Ratschow Gedächtnismedaille". Deze eremedaille wordt elk jaar aan persoonlijkheden op het gebied van de angiologie uitgereikt. De met de medaille onderscheiden wetenschappers presenteren een van hun hoofdonderzoeken tijdens een bijeenkomst tijdens de jaarlijkse conferentie van de Deutschen Gesellschaft für Phlebologie (DGP). Deze onderzoeken worden in de "Documenta Angiologorum" door de uitgeverij Schattauer gepubliceerd.

Prof. Rabe (voorzitter van de DGP) schrijft hierover:

De Documenta Angiologorum hebben een speciaal doel binnen de angiologische periodica. Zij moeten de wetenschappelijke persoonlijkheden en hun onderzoek eren. Er werden in de DOCUMENTA ANGIOLOGORUM al bijdragen gepubliceerd die belangrijke ontwikkelingsaccenten op het gebied van de angiologie hebben gezet en meestal ook tegelijkertijd het levenswerk van de internationaal erkende onderzoeker vormen die door de onderscheiding met de Ratschow-eremedaille wordt geëerd.

De Ratschow-eremedaille wordt door het CURATORIUM ANGIOLOGIAE INTERNATIONALIS aan zeer verdienstelijke wetenschappelijke persoonlijkheden op het gebied van de vaatgeneeskunde en hieraan gerelateerde disciplines toegekend. Het curatorium bestaat uitsluitend uit wetenschappers uit de internationale vaatgeneeskunde. De Ratschow-eremedaille werd in 1969 in het leven geroepen.

Prof. Dr. med. Wolfgang Hach

Prof. Dr. med. Wolfgang Hach

Winnaar 2010

De 36e Ratschow-eremedaille werd in Aken binnen het kader van de 52e jaarlijkse conferentie van de Deutsche Gesellschaft für Phlebologie aan Prof. Dr. med. Wolfgang Hach toegekend. Hach, geboren in Berlijn, studeerde van 1949-54 aan de Humboldt-universiteit medicijnen. Hierna volgde hij de opleiding chirurgie en interne geneeskunde alsook de opleiding röntgendiagnostiek.

Van 1975 tot 1995 was hij medisch directeur van de William Harvey-kliniek in Bad Nauheim. In deze periode verwierf hij ook zijn habilitatie (1982) en de leerstoel voor angiologie aan de Justus-Liebig-universiteit Gießen (1991).

Tijdens zijn jarenlange loopbaan ontwikkelde Hach nieuwe flebologische concepten en talloze operatiemethoden. Zo introduceerde hij in 1973 een operatieve behandeling voor patiënten met stamvaricose. Voor de recidief crossectomie vond hij een nieuwe toegang. Bovendien ontwikkelde hij voor de therapieresistente ulcus cruris de paratibiale fasciotomie met subfasciale perforante dissectie alsook de crurale fasciotomie. Voor de laterale ulcus cruris ontwikkelde hij de laterale transpositie van spieren. Voor speciale patiënten met een posttrombotisch syndroom ontwikkelde hij de inverse ader-cross-over-plastiek. 

Zonder Wolfgang Hach zou de flebologie om vele aspecten, ideeën en uitvindingen armer zijn. Zijn duidelijke concepten hebben met name een bijdrage geleverd aan de standaardisatie van de flebologische therapie en de praktische toepassing hiervan. Zijn wetenschappelijke werk komt in talloze voordrachten en publicaties tot uiting – o.a. 37 monografieën en boekbijdragen, 167 wetenschappelijke voordrachten en 33 congresverslagen.

Wolfgang Hach was vele jaren als voorzitter en adviseur actief voor de Deutschen Gesellschaft für Angiologie. Van 1976 – 1991 was hij generaalsecretaris van de Deutschen Gesellschaft für Phlebologie en van 1991 – 1995 fungeerde hij als voorzitter. Hij ontving talrijke onderscheidingen, zoals de Erich-Krieg-prijs (1981), de Ernst-von-Bergman-penning (1989) en het Bundesverdienstkreuz am Bande (1991). Hij werd tevens tot erelid van zowel diverse wetenschappelijke verenigingen alsook de Landesärztekammer Hessen verkozen.

Prof. J. Leonel Villavicencio

Prof. J. Leonel Villavicencio

Winnaar 2009

De 35e Ratschow-eremedaille werd in Monaco tijdens een speciale bijeenkomst aan prof. J. Leonel Villavicencio (Washington DC, VS) toegekend. 

De loopbaan van prof. Villavicencio begon in militaire ziekenhuizen in zijn thuisland Mexico. Medio jaren 50 verhuisde hij naar de VS (Chigaco, Boston). Hier werd hij bekend door experimentele en klinische onderzoeken naar trombose. 

In 1962 keerde hij naar Mexico terug waar hij de leiding overnam van de afdeling hartchirurgie in het militaire ziekenhuis en diverse andere taken op zich nam. Zijn naam is verbonden aan talloze vernieuwingen op het gebied van de angiologie en vaatgeneeskunde en hij is tevens bekend om zijn onderwijsactiviteiten in de VS en Latijns-Amerika. Zijn voordracht in Monaco naar aanleiding van de prijsuitreiking droeg de titel: "The desperate plea of women with the nutcracker syndrome". 

De complete laudatio van prof. E. Rabe naar aanleiding van de prijsuitreiking kunt U lezen in de XXXVe uitgave van de Documenta Angiologorum.Prof. Dr. Ulrich Schultz-Ehrenburg, voor zijn levenswerk geëerde prijswinnaar van 2008.

Prof. Dr. Ulrich Schultz-Ehrenburg

Prof. Dr. Ulrich Schultz-Ehrenburg voor levenswerk geëerd

Winnaar 2008

Binnen het kader van de 50e conferentie van de Deutsche Gesellschaft für Phlebologie (DGP) van 15 tot 18 oktober 2008 in Bochum ontving Prof. Dr. Ulrich Schultz-Ehrenburg, Berlijn, de Max Ratschow-eremedaille.

De onderscheiding wordt door de in belangrijke mate door de Bauerfeind AG ondersteunde stichting "Ratschow-Gedächtnismedaille" aan buitengewone, internationaal erkende wetenschappers op het gebied van vaatziekten toegekend. 

Prof. Dr. K. U. Tiedjen, voormalig voorzitter van het Curatorium Angiologiae Internationalis, dat de prijs sinds 1969 jaarlijks toekent, verwees in zijn laudatio naar de buitengewone prestaties van de wetenschapper, onder andere op het gebied van de angiologie, flebologie en de histopathologie. Met het onderzoek I-IV over het ontstaan van spataders in het 2e en 3e decennium presenteerde prof. Schultz-Ehrenburg het wereldwijd enige longitudinale prospectieve onderzoek. 

Zijn actieve loopbaan als medicus begon eind jaren 60 in Steglitz en omvatte naast jarenlange doceer- en onderzoekswerkzaamheden aan de universiteit Bochum ook de 17-jarige hoofdredactie van het vaktijdschrift "Phlebologie". In 2008 beëindigde hij zijn actieve werkzaamheden in zijn eigen dermatologische praktijk in Berlijn.

Voorgaande winnaars Ratschow-Medaille

M. COMEL. Betrachtungen über die Angiologie der Gegenwart und der Zukunft. 1968.

W H. HAUSS. Die Rolle der Mesenchymzellen in der Pathogenese der Arteriosklerose. 1969.

F. MARTORELL. Ulcus hypertonicum. 1970.

E. WOLLHEIM. Kapillaricreislauf und Blutvolumen. 1971.

R. FONTAINE. Die chirurgische Behandlung der arteriosklerotischen Verschlüsse der unteren Extremitäten. 1972.

G. OTTAVIANI. Allgemeine biologische Aussagen über das Lymphsystem. 1973.

L. LASZT. Die Biochemie und Pharmakologie der Venenwand. 1974.

0. OLSSON. Angiographie als Grundlagenuntersuchung in der klinischen Medizin. 1975.

W. REDISCH. Von William Harvey zu Otfried Müller.1976.

R. TOURNAY, H. R. VAN DER MOLEN. Die Entwicklung der Phlebologie in den letzten 30 Jahren (1948-1978). 1977.

R. C. MAYALL. Das Hyperstomie-Syndrom, eine klinische Entität, verursacht durch einen arteriolovenulären Shunt, unter diagnostischen und therapeutischen Aspekten. 1978.

G. V R. BORN. Der Einfluß hämodynamischer Bedingungen auf die Hämostasefunktion der Thrombozyten. 1979.

ROBERT W. WISSLER. Neueste Studien über die Pathogenese und Rückbildung der Atherosklerose. 1980.

MICHAEL FÖLDI. Insuffizienz des Lymphgefäßsystems. 1981.

EDUARDO C. PALMA. Das postphlebitische Syndrom - operative Therapie. 1982.

DIETRICH WERNER LÜBBERS. Die Sauerstoffversorgung der Warmblüterorgane. 1983.

JEAN FRANCOIS MERLEN. Die Akrozyanosen - klinische, pathogenetische und therapeutische Paradoxien. 1985.

R. J. A. M. VAN DONGEN. Heutiger Stand und Bedeutung der vaskulären Chirurgie. 1986.

GERD ASSMANN. Diagnostik und Therapie von Fettstoffwechselstörungen. 1987.

F. COCKETT. Der Einfluß anatomischer Varietäten auf das Venensystem und seine Behandlung.1988.

W. DOERR. Grundsätzliches zur Pathogenese der Gefäßkrankheiten. 1989.

E. BETZ. Experimentelle Studien zur Rolle von Gefäßwandmuskelzellen bei der arteriellen Verschlußkrankheit. 1991.

CHR. M. PAPENDIECK. Zur Behandlung der Hypertension des Venensystems im Kindesalter. 1992.

H. JELLINEK. Die Wirkung von Magnesiumorotat auf die Herzmuskulatur und die Koronarien bei verschiedenen Tierarten in Modellexperimenten. 1996.

ST. KUBIK. Die Entwicklung und Bedeutung des Lymphgefäßsystems bei der Verhütung der Ödembildung unter Berücksichtigung der Struktureigenschaften. 1997.

G. W. SCHMID-SCHÖNBEIN. Mechanismen und Konsequenzen der Zellaktivierung in der Mikrozirkulation. 1999.

N. KLÜKEN. Vaskuläre Dys- und Hyperplasien bei Kindern.  2000.

T. J. RYAN. The blood supply and lymphatic drainage of the skin. 2001.

H. PARTSCH. Die Antistase, ein vernachlässigtes Therapiekonzpet bei der tiefen Beinvenenthrombose. 2002.

H. K. BREDDIN. Tiefe Beinvenenthrombose: Pathogenese, Diagnostik und Therapie Was ist gesichert? Welche Fragen bleiben offen? 2004.

ETELKA FÖLDI. Die Brücke vom Experiment zur Klinik: Das Lymphödem. 2005.

R. V. CLUZAN. Peripheral lymphoedema treatment. 2006.

Sir N. BROWSE. 50 years of phlebology. Advance or standstill? 2007.

U. SCHULTZ-EHRENBURG. Prospective epidemiological study on the beginning of varicose veins. Bochum study I-IV. 2008.

Voorzitters

Prof. Dr. N. Klüken (1969-1999) †
Prof. Dr. K.U. Tiedjen (1999-2006)
Prof. Dr. E. Rabe (seit 2006)

Wetenschappelijke Adviesraad

E. Betz (Tübingen), J.M. Coget (Lille), M. Comel † (Pisa), U. Dembowski (Wiesbaden), M. Földi (Hinterzarten), R. Fontain † (Strassburg) W. H. Hauss † (Münster), M. Jacquet † (Paris), H. Jellinek (Budapest), M. Jünger (Greifswald), J. Kuiper (Nijmwegen), N. Klüken † (Krefeld), P. Langeron † (Lille), M. Müller (Santiago de Chile), R.C. Mayall † (Rio de Janeiro), J. Merlen † (Lille), E. Mian † (Pisa), C.M. Papendieck (Buenos Aires), H. Partsch (Wien), E. Rabe (Bonn), T.J. Ryan (Oxford), G.W. Schmid-Schönbein (San Diego), K. U. Tiedjen (Bochum), L. Widmer † (Basel), M. Zabel (Recklinghausen)

Max Ratschow

Max Ratschow

(* 7. August 1904 - † 8. November 1963)

Prof. Dr. med. Max Ratschow geldt als oprichter van het vakgebied angiologie, het jongste deelgebied van de interne geneeskunde, dat zich bezighoudt met aandoeningen aan de slagaders, aders en lymfevaten. Na zijn medicijnenstudie in Rostock, Freiburg, Wien, München, Berlijn en Breslau van 1924 tot 1929 volgde in 1930 de promotie tot Dr. med. aan de universiteit van Breslau en in 1936 de habilitatie aan de universiteit Kiel op het gebied van de psychologie. Van 1939 tot 1952 was Max Ratschow werkzaam aan het universitaire ziekenhuis Halle, vanaf 1948 als buitengewoon hoogleraar voor pathologische fysiologie. Hij stelde zich tot doel een onderzoekskliniek voor vaatziekten op te richten en verhuisde hiervoor in 1952 naar de Bondsrepubliek Duitsland. Van 1954 tot aan zijn dood in 1963 was Max Ratschow directeur van de medische kliniek in Darmstadt en ordinarius voor interne geneeskunde. Tijdens zijn carrière richtte hij het eerste angiologische onderzoekscentrum op, waaruit later de naar hem vernoemde Max-Ratschow-kliniek voor angiologie aan de kliniek Darmstadt ontstond. 

De snelle ontwikkeling van het nieuwe vakgebied is te danken aan Max Ratschows bijzondere inzet voor het wetenschappelijke onderzoek en de behandeling van vaatziekten en circulatiestoringen. Tijdens de Deutsche Ärztetag in Keulen in 1992 werd de angiologie uiteindelijk als deelgebied van de interne geneeskunde erkend. Zijn verdiensten voor de oprichting van het vakgebied worden met twee naar hem vernoemde wetenschappelijke prijzen gehuldigd. Sinds 1968 wordt door de Deutsche Gesellschaft für Angiologie de Max-Ratschow-prijs voor buitengewone verdiensten op het gebied van de vaatgeneeskunde uitgereikt. De Ratschow-eremedaille wordt sinds 1969 door het Curatorium Angiologiae Internationalis aan wetenschappelijke persoonlijkheden voor hun levenswerk op het gebied van de vaatgeneeskunde toegekend. Ratschows leerling Prof. Dr. med. Norbert Klüken was de bedenker van deze eremedaille.